Get Adobe Flash player

.

Voor vragen over Fransehangoorkonijnen

en overige vragen kunt u mij E mailen op.

E mail adres 

bregman179@quicknet.nl

De geschiedenis

Ontstaan en geschiedenis van de Franse Hangoor

Het ramskopkonijn of ook wel de Bulldog onder de konijnen genoemd, de Franse Hangoor is een van de oudste konijnenrassen die we kennen.

De Franse Hangoor is ontstaan op het Noordwestelijke deel van het Franse platteland, onzekerheid bestaat er nog steeds over de vraag: welk ras er nu eerder was de Engelse- of de Franse Hangoor. De eerste aantekeningen over konijnen met hangende oren (Lops) stammen al uit 1760. Begin 1800 komt er meer documentatie naar buiten over deze konijnen met hangende oren die werden verkregen door mutatie. Men spreekt in die tijd over de "Half Lop" konijnen met een hangend oor en het andere oor staand, de "Horn Lop" waarbij de oren hoornachtig op de kop gedragen werden en de "Full Lop" konijnen die lijken op onze huidige hangoren alleen met dit verschil: de oren werden in die tijd met de lepels naar voren gedragen.

De eerste Franse hangoren ontstonden door kruisingen van het grote Normandier konijn

( vergelijkbaar aan de Vlaamse Reus) x een "Lopear" ( vergelijkbaar aan de Engelse Hangoor). Het doel van de fokkerij met deze konijnen was een geblokt, betrekkelijk vroegrijp, zwaar vleeskonijn te creëren met hangende oren.

Rond 1870 was er in Europa veel vraag naar deze konijnen, de prijs in die tijd bedroeg een gulden per dier. Het gewicht lag zo rond de 4,5 en 5 kg met een oorlengte van 36 tot 42 cm.

In ons land werd de Franse Hangoor in oktober 1907 opgenomen in de eerste Nederlandse konijnenstandaard. Met een gewichtsgrens van 3 tot 7 kg. Waarbij het maximale gewicht van 7 kg, 30 punten opleverde en het minimale gewicht van 3 kg, 10 punten.

De oorlengte bedroeg in die tijd 36 tot 45 cm.

Sinds het uitkomen van de eerste standaard heeft de Franse Hangoor vele ontwikkelingen door gemaakt tav type, bouw maar ook tav de kleur.

In de standaard van 1919 werd nog als eis gesteld tav de oren, dat de binnenzijde van de oren naar voren was gekeerd. In 1927 veranderde radicaal naar een hoefijzervormige dracht (dus de oorschelpen naar binnen gedragen ) hierdoor kwamen de kronen meer tot ontwikkeling en de gevouwen oren werden daardoor teruggedrongen. Ook werd het gewicht aangepast naar een minimum van 4,5 kg en het maximum gewicht werd opgeheven.

De meest bekende kleuren voor die tijd waren haaskleur, konijngrijs, ijzergrauw, staalgrauw, zwart, blauw, wit, geel en de bonte kleurslagen.

De eerste bonte hangoren moesten kakel bont van tekening zijn, die leek op de tekening van een Lotharinger. In ieder geval bestond de tekening uit vlekken die zoveel mogelijk gelijk en gelijkvormig op beide zijden van het lichaam moesten zitten.

Leken de eerste Franse Hangoren nog veel op Vlaamse Reuzen met hangende oren, in de loop der jaren is het type sterk veranderd. Zo veranderde het lange lichaam van de Franse Hangoor in een veel gedrongen type met een ideaal gewicht van 5 tot 6 kg.

Door de hoefijzervormige oordracht werden de orenschelpen ronder en vleziger zo kreeg de Franse Hangoor een mooier behang. Ook de kopvorm verbeterde sterk met een ronder neusbeen en meer breedte tussen de ogen, waardoor de kop nog imposanter werd. Ook de bonte kleurslag veranderde sterk waren het rond 1930 eerst nog witte dieren met gekleurde vlekken op het lichaam. Door gerichte selectie ontstond er meer en meer een manteltekening. De bonte Franse Hangoor veranderde in korte tijd van een wit konijn met gekleurde vlekken op het lichaam in een gekleurd konijn met witte vlekken. Waarbij getracht werd zoveel mogelijk symmetrie in het tekeningsbeeld te verwezenlijken.

Problemen tav de fokkerij waren er natuurlijk ook: traan ogen en afwijkingen aan het gebit kwamen voor doordat de kop zich sterker ontwikkelde. De pelskwaliteit, met name de onderwol werd verbeterd door Angorakonijnen in te kruisen met het gevolg dat er ook langharige Franse Hangoren ontstonden. Door het als maar korter wordende type nam de wamvorming ook steeds meer toe.

Zo langzamerhand kwamen er ook meer kleuren bij: Blauwgrauw, Blauwgrijs, Chinchilla, Madagascar en Isabella. Daar in tegen verdwenen de staalgrauwe en gele kleurslag.

In 1967 werd het minimum gewicht van de Franse Hangoor verhoogt naar 5 kg om meer aansluiting te krijgen bij de overige grote rassen. Het gevolg hiervan was wel, dat de Franse Hangoor ongemerkt zwaarder werd gefokt en de nadruk niet meer op het gedrongen type kwam te liggen. Franse Hangoren met gewichten van 6,5 tot 8 kg waren enige jaren later geen uitzondering meer.

Rond 1998 onderging de Franse Hangoor de laatste standaardwijziging, er werd ten behoeve van het ras een maximum gewicht van 6,5 kg ingesteld.

De reden tot het instellen van een maximum gewicht bij de Franse Hangoor had te maken met het feit dat veel dieren in die dagen, te lang, erg breed en te zwaar waren.

De Franse Hangoor oogde in alle opzichten massaal maar was in werkelijkheid erg plomp.

Doorgezakte ruggen, de ribbenboog die geen normale afronding meer vertoonde en dieren die veelal niet meer op de voorbenen konden staan waren hier het bewijs van.

Met het vaststellen van het maximum gewicht is de Franse Hangoor in type en bouw weer met sprongen vooruit gegaan, al blijven er altijd aandachtspunten die voor verbetering vatbaar zijn. De Franse Hangoor heeft een fijn karakter is aanhankelijk en mak, waardoor het ondanks zijn grootte nog veel belangstelling geniet bij menig fokker en dierenliefhebbers.

Tekst Cor Bregman